Peoplesphere: Het magazine van de People Managers

Hoever staat het met het werkgelegenheidsplan oudere werknemers?

De Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) nr. 104 gesloten over de uitvoering van een werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers in de onderneming. De datum van inwerkingtreding van deze cao is vastgesteld op 1 januari 2013. Securex komt met een stand van zaken.

De regering had voor ondernemingen met meer dan 20 werknemers de verplichting ingevoerd om elk jaar een plan op te stellen over de werkgelegenheid van oudere werknemers. De bedoeling van de regering was om het aantal werknemers van 45 jaar en ouder binnen de onderneming te behouden of te verhogen. Deze maatregel moest op 1 juli 2012 in werking treden indien de sociale partners vóór die datum geen alternatief hadden voorgesteld.

De sociale partners hebben op 27 juni een alternatieve maatregel voorgesteld waarbij ze niet afwijken van de doelstelling van de regering. Dankzij het sluiten van de cao nr. 104 en de vaststelling van de datum van inwerkingtreding ervan op 1 januari 2013 geven ze de ondernemingen wat uitstel.

Welke ondernemingen moeten een dergelijk plan opstellen?

Deze verplichting is van toepassing op ondernemingen die meer dan 20 werknemers tewerkstellen. Dat aantal wordt berekend op basis van het aantal werknemers dat in de onderneming was tewerkgesteld op de eerste werkdag van het kalenderjaar van de opstelling van het werkgelegenheidsplan, op basis van de opgestelde Dimona-aangiftes. In deze berekening worden alle werknemers en uitzendkrachten in voltijdse equivalenten in aanmerking genomen.

Deze berekening wordt uitgevoerd voor een periode van 4 jaar. Ondernemingen die op 1 januari 2013 meer dan 20 werknemers tellen moeten dus een plan opstellen tot in 2016.

Wat moet het plan bevatten?

Het werkgelegenheidsplan bevat ondernemingsspecifieke maatregelen om de werkgelegenheid van de werknemers van 45 jaar en ouder binnen de onderneming te behouden of te verhogen. De werkgever kan er maatregelen in opnemen die al worden uitgevoerd, en/of die hij in de toekomst wenst uit te voeren, en dit op jaarbasis of voor meerdere jaren.

De cao nr. 104 neemt de lijst van de maatregelen over die oorspronkelijk door de wetgever werd voorgesteld. Het gaat om maatregelen met betrekking tot:

  • selectie en indienstneming van nieuwe werknemers;
  • ontwikkeling van de competenties en kwalificaties van de werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleidingen;
  • loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de onderneming;
  • mogelijkheden voor aanpassing van de arbeidstijd en de arbeidsomstandigheden;
  • de gezondheid van de werknemer, de preventie en het wegwerken van fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven;
  • systemen van erkenning van verworven competenties.

Deze lijst wordt bij wijze van voorbeeld gegeven. De werkgevers mogen altijd andere types van maatregelen aannemen of ervoor kiezen om alleen maatregelen te nemen in een bepaald actiegebied of die raken aan verschillende actiegebieden.

De paritaire comités kunnen deze lijst van maatregelen ook aanvullen om ze aan te passen aan de behoeften van hun eigen bedrijfssector.

Welke informatieverplichtingen heeft de werkgever?

Voordat het plan wordt aangenomen moet het worden voorgesteld aan de ondernemingsraad. Is er geen ondernemingsraad, dan is een getrapte regeling van toepassing. Zo moet het plan, bij ontstentenis van een ondernemingsraad, worden voorgesteld:

  • aan de vakbondsafvaardiging;
  • bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, aan het comité voor preventie en bescherming op het werk;
  • bij ontstentenis van een comité voor preventie en bescherming op het werk, aan de werknemers van de onderneming.

De werknemersvertegenwoordigers kunnen uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het werkgelegenheidsplan een advies uitbrengen, waarin eventueel aanvullende of alternatieve voorstellen worden gedaan. Indien het advies dat door de werknemersvertegenwoordigers werd uitgebracht niet volledig of gedeeltelijk wordt gevolgd door de werkgever, moet hij dat binnen de 2 maanden na ontvangst van het advies verantwoorden aan de werknemersvertegenwoordigers en deze verantwoordingen opnemen in het plan.

Wat in ondernemingen die meer dan 20 en minder dan 50 werknemers tewerkstellen? Wel, indien deze ondernemingen niet over een vakbondsafvaardiging beschikken, moet het plan aan de werknemers worden bezorgd. Aangezien er geen werknemersvertegenwoordigers zijn, kan hen geen advies worden gevraagd. Niettemin blijft er een informatieplicht bestaan ten aanzien van de werknemers.

Na afloop van het plan moet de ondernemingsraad worden ingelicht over de resultaten ervan. De ondernemingsraad ontvangt ook elk jaar, periodiek en ten minste bij de afsluiting van het maatschappelijk boekjaar, een verslag over de voortgang van de meerjarenmaatregelen van het plan. Is er geen ondernemingsraad, dan wordt de hierboven vermelde getrapte regeling toegepast.

Wat zijn de bewaringsmaatregelen en controlemogelijkheden?

De werkgever moet het plan gedurende 5 jaar bewaren. Hij moet het tijdens die periode ook ter beschikking houden van de bevoegde autoriteiten en het hen op eenvoudig verzoek bezorgen. De werkgever is daarbij niet verplicht om een bepaald model van plan na te leven. De NAR stelt echter een model voor dat ter beschikking van de werkgevers wordt gesteld.

Zijn er verplichte vermeldingen?

Bepaalde vermeldingen moeten uitdrukkelijk in het plan voorkomen. Het gaat meer bepaald om:

  • de gegevens van de onderneming;
  • de datum waarop het plan werd gesloten;
  • de geldigheidsduur van het plan;
  • de te bereiken doelstelling(en);
  • de keuze van het gekozen actiegebied of de gekozen actiegebieden en de beschrijving van de concrete ondernemingsspecifieke maatregel(en);
  • de betrokken functie(s) of werkpost(en);
  • de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering en de evaluatie van het vorige plan.

Als bijlage moet worden opgenomen: de eventuele voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers en de eventuele toelichting door de werkgever als hij beslist om hun advies niet te volgen.

Ondernemingen met meer dan 20 en minder dan 50 werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, zijn niet verplicht de bijlage bij het werkgelegenheidsplan in te vullen.

Rol van het comité voor preventie en bescherming op het werk

Het comité voor preventie en bescherming op het werk behoudt al zijn bevoegdheden voor de aangelegenheden die aan dat comité zijn toegewezen. Indien maatregelen tot bescherming van de werknemers van 45 jaar en ouder raken aan aangelegenheden die betrekking hebben op het welzijn op het werk, moet het comité worden ingelicht en kan het over deze maatregelen een advies uitbrengen.

Inwerkingtreding

De regering had bepaald dat de maatregelen op het gebied van het werkgelegenheidplan voor oudere werknemers in werking zouden treden vanaf 1 juli 2012, tenzij in de NAR vóór die datum een collectieve arbeidsovereenkomst zou worden gesloten (en door de Koning algemeen bindend zou worden verklaard).

De NAR was niet in staat om die termijn in acht te nemen. Dat zal echter geen problemen opleveren aangezien de regering een voorontwerp van wet heeft goedgekeurd dat tot doel heeft het hoofdstuk van de programmawet op te heffen dat voorzag in een inwerkingtreding vanaf 1 juli 2012. De inwerkingtreding van deze nieuwe verplichting is dus uitgesteld tot 1 januari 2013.

| More

Talent in beweging

Wilt u ons uw nieuwe uitdaging bekend maken: christophe@peoplesphere.be

Recht

Vacatures

Agenda